CO2-Footprint (kg)

Bruto CO2 uitstoot

De CO2-footprint van de universiteit is de afgelopen jaren gestegen, doordat deze steeds nauwkeuriger wordt bepaald. Steeds meer registraties van CO2-uitstoot zijn toegevoegd, zoals van het zakelijk vliegverkeer en de afvalproductie. De universiteit gaat de CO2-voetafdruk van afval en mobiliteit in de toekomst nog beter in kaart brengen.

Onderstaande projectie toont de ontwikkeling van de bruto CO2-uitstoot van de universiteit over jaren, maanden en weken. Dit is de CO2-uitstoot, die volgens de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs terug moet naar 5% in 2050. Van deze CO2-uitstoot zit 40% in de huisvesting (verwarming, koeling, ventileren en verlichten). Voor meer info klik op de info-knop [i] of scroll over de legenda.

C02-Footprint


De CO2-footprint is een visuele weergave van de milieu-impact van de Universiteit Leiden. Alle beschikbare gegevens over energieverbruik, mobiliteit en afval zijn hierin verwerkt. Het schema hiernaast laat alle categorieën (scopes) zien die meegaan in de berekening van de CO2-footprint van de universiteit. Vanaf begin 2012 zijn hier ook de vervoerbewegingen van studenten en medewerkers aan toegevoegd.

Nieuwsgierig naar je eigen CO2 voetafdruk? Ga dan de naar de website van Milieu centraal en doe de test.

Monitor-Energietransitie

Compensatie CO2 uitstoot


De universiteit compenseert elk jaar de CO2-uitstoot van het energiegebruik en het brandstofgebruik van het zakelijk vliegverkeer. Daarvoor koopt de universiteit groene stroom in van Hollandse windmolens. Deze stroom heeft het certificaat ‘Garanties van Oorsprong’, een Europees bewijsstuk dat de afkomst van duurzaam geproduceerde energie aantoont. Ook koopt de universiteit Vrijwillige Emissie Rechten in ter compensatie van CO2-uitstoot door aardgas en vliegreizen. Na compensatie spreekt men van de netto CO2-uitstoot.

CO2-scopes

Bij het bepalen van de CO2-emissie wordt gebruik gemaakt van het Greenhouse Gas Protocol (GHG). In deze methodiek wordt niet alleen gekeken naar uitstoot van CO2, maar van alle broeikasgassen. Het GHG-protocol heeft drie niveaus, ook wel ‘scopes’ genoemd.

Scope 1 omvat de directe uitstoot door gebruik van brandstoffen en van directe bedrijfsprocessen. Dit zijn alle activiteiten waarvan de output direct bijdraagt aan het resultaat voor de klant.

Scope 2 omvat alle elementen van Scope 1 plus het eigen verbruik van elektriciteit. Ingekochte stroom, alsook opwekking van elektriciteit voor eigen gebruik (bijvoorbeeld met zonnepanelen) en warmte en koude voor eigen gebruik vallen hier ook onder.

Scope 3 richt zich naast de directe uitstoot ook op indirecte uitstoot die het gevolg is van de werkzaamheden van de Universiteit Leiden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan woon-werkverkeer, uitstoot door afvalstromen en leveranciers, alsook het energiegebruik van derden. Het staat organisaties vrij om hun eigen scope te bepalen bij het opstellen van de CO2-footprint. Universiteit Leiden heeft gekozen voor het deels toepassen van Scope 3.